Uitzonderingen op de regel

01-07-08  info@svdebaronie.nl

Een nieuw systeem voor de rating berekening

Vanaf januari dit jaar gebruikt de KNSB een andere manier om de rating te berekenen. Deze nieuwe methode is in grote lijnen gelijk aan de methode van de Fide. Komend seizoen gebruik ik ook voor onze interne rating dit systeem. De Fide methode is simpeler en het resultaat - jouw rating - is zonder veel rekenwerk te controleren.

Voortaan weet je al vòòr de eerste zet van een partij hoeveel ratingpunten er verdiend of verloren kunnen gaan worden. Dat is het grote voordeel van dit systeem. Bij een partij op onze club tusen twee schakers met een betrouwbare rating kun je maximaal 25 ratingpunten winnen of verliezen. Het juiste getal kun je vinden met de tabel op onze site.

Je hebt de rating van beide spelers nodig die gold voor de start van het toernooi, bij ons intern de start van de periode. Vervolgens kijk je in de tabel bij het ratingverschil. Daar vind je de beloning voor een remise tegen een sterkere speler. Winst levert 12,5 punt meer op. Verlies 12,5 punt minder. De sterkere speler verliest hetzelfde aantal punten. Zo simpel wordt dat nu.

Die beroerde details

In de meeste gevalllen werkt dit systeem soepel. Helaas heeft het systeem ook een nadeel. Soms levert je berekening uiteindelijk een onlogisch resultaat. Daarom wordt helemaal aan het einde getest of het resultaat acceptabel is en zonodig wordt het resultaat nog gecorrigeerd.

Deze eindtest wordt gedaan met de LPR. Dit is de ratingsterkte waarmee je in de periode tussen twee ratinglijsten hebt gespeeld. Te vergelijken met de TPR die je sterkte in een toernooi aangeeft.

Het gaat nu als volgt. Je hebt keurig per partij bijgehouden hoeveel je wint of verliest aan ratingpunten. Natuurlijk tel je dit meteen op. Aan het einde van een periode heb je dan een positief of negatief getal (Rtt). Je weet dan of je gaat stijgen of dalen. (Ik veronderstel dat je feilloos rekent)

De LPR wordt berekend met grote magie. Maar als de LPR groter is dan je laatste rating (Rl) dan zou je moeten stijgen en omgekeerd als de LPR kleiner is dan de laatste rating (Rl) dan zou je moeten dalen.

Dan komt de test. En helaas er volgt een ingreep als jouw eigen rekenwerk niet klopt met de LPR. Je krijgt dan een min of meer bevredigend compromis voorgeschoteld, zeg maar gedicteerd.

Vooraf, om de rest van dit stukje wat eenvoudiger te maken, kijken we even of je eigen resultaat afgerond gelijk is aan nul (Rtt = 0) want in dat geval blijft de rating gewoon gelijk, wat de LPR ook zegt. En ook geldt dat je rating niet veranderd als de LPR gelijk is aan je laatste rating (LPR = Rl) wat je zelf ook had becijferd. Het resultaat in beide gevallen de nieuwe rating Rn = Rl.

Nu komen er twee testen en als je die glansrijk doorstaat dan wordt je nieuwe rating (Rn) precies wat je al berekend hebt. (Rn = Rl+Rtt).

Test Een

Wil jij stijgen (Rtt > 0) en wil de LPR dalen (LPR < Rl) dan klopt er iets niet en volgt er een ingreep. Die komt natuurlijk ook als jij denkt te dalen (Rtt < 0) en de LPR wil stijgen (LPR > Rl). In beide gevallen is het compromis dat de rating gelijk blijft. (Rn = Rl).

Test Twee

Als je de eerste test bent doorgekomen zonder ingreep dan wil jij hetzelfde als de LPR, beiden stijgen of beiden dalen. Indien jij nu sterker denkt te gaan stijgen dan de LPR of omgekeerd dieper meent te vallen dan de LPR volgt er ook een ingreep. In beide gevallen wordt de nieuwe rating gelijk aan de LPR (Rn = LPR).

Gelukkig is een ingreep niet zo vaak nodig.


Eventuele vragen of opmerkingen zijn altijd welkom.
Maurits Creyghton

emailadres : maurits@svdebaronie.nl